Waarschuwing
  • JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 573 niet laden
Menu

Van journalistieke praktijk naar klaslokaal Featured

Sweelinck College Sweelinck College ©Ditta Terpstra

AMSTERDAM - Derdejaarsleerlingen van het Sweelinck College in Amsterdam zijn het er unaniem over eens. De cartoonisten die in januari omkwamen tijdens de aanval op het satirische weekblad Charlie Hebdo gingen té ver in hun illustraties. Maar geldt deze grens ook voor een journalist? En is er op redacties iets veranderd sinds de aanslagen in Parijs? 


 

Met deze en andere vraagstukken worden leerlingen geconfronteerd tijdens de Roadshow Persvrijheid, een journalistiek initiatief waarbij beslissingnemers op redacties in gesprek gaan met leerlingen van middelbare scholen over de (grenzen van) persvrijheid. Door bijdragen van uitgevers, journalisten, chef- en hoofdredacteuren wordt het abstracte thema voor scholieren tastbaarder gemaakt.

‘Persvrijheid betekent voor mij dat ik, als journalist, kan schrijven zonder bang te hoeven zijn om opgepakt te worden door de staat’, legt NRC-redactiemanager Dick van Eijk aan de scholieren uit. ‘In Nederland ervaar ik een grote mate van persvrijheid, maar dat betekent niet dat deze vrijheid grenzeloos is. Zo kan ik niet álles schrijven. Als journalist ben je bijvoorbeeld afhankelijk van de krant waarvoor je werkt.’

Reflectie op eigen mediaconsumptie
Voorafgaand aan het bezoek van de journalist bereiden leerlingen zich voor met speciaal lesmateriaal dat ontwikkeld is door Stichting Nieuws in de Klas. Met de Nieuwsservice ontvangen ze daarnaast twee weken lang dag- en weekbladen. Door deze inleiding in diverse nieuwsmedia staan de scholieren stil bij hun eigen mediaconsumptie. ‘Ik haal mijn informatie van Facebook’, merkt een leerling op. ‘En ik van Teletekst en NOSop3’, reageert een andere jongen. Onder begeleiding van initiatiefnemers Senay Özdemir en Shirley Haasnoot wordt het verschil tussen online- en krantenjournalistiek in kaart gebracht. ‘Op internet zoek je naar concrete informatie die je echt interesseert’, verklaart een leerling zijn mediagebruik. ‘Bijvoorbeeld filmpjes. In de krant zijn er berichten die je niets boeien.’

Met voorbeelden maakt Dick van Eijk een vertaalslag van de journalistiek naar de belevingswereld van scholieren. Van Eijk: ‘Het schrijven van krantenartikelen lijkt op huiswerk maken voor verschillende vakken. Huiswerk dat eerder af moet zijn, doe je eerst. Bij een groot verslag doe je elke dag een stukje. Zo werkt het ook bij korte- en lange artikelen in de journalistiek.’

Niet alleen de dagelijks arbeid op redacties wordt ter sprake gebracht, maar ook actuele vraagstukken waar media vandaag de dag mee worstelen. Van Eijk gaat met de klas in debat over de diverse verkoopstrategieën van de media, de digitale concurrentieslag en de noodzaak tot bronverificatie. ‘En wie is jullie grootste concurrent?’ vraagt een leerling nieuwsgierig. Van Eijk grinnikt. ‘Dat is De Volkskrant.’ Aan de andere kant van het lokaal klinkt een vreugdevolle kreet. ‘Die heb ik!’ Een scholiere haalt triomfantelijk het dagblad tevoorschijn. Als haar blik die van NRC-redactiemanager Van Eijk kruist, betrekt haar gezicht even. Dan, glimlachend: ‘Maar in Nederland mag ik gelukkig zelf bepalen wat ik lees.’

Het maatschappelijk debat wordt gesteund door de Nederlandse Vereniging van Journalisten, het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Els Anker

Leave a comment

Make sure you enter all the required information, indicated by an asterisk (*). HTML code is not allowed.

back to top